Loading...

Schrijfsels

door Stefan Timmermans

Met uitsterven bedreigd?

22 september 2016 | 10:35

Bij goed weer kan je er je klok op juist zetten : om halfacht floepen de lichten van de petanquebaan aan en start het gezellige gewauwel van de stuk voor stuk gepensioneerde bewoners van mijn straat.

Wie gratis dialectlessen wil of wat inspiratie voor stevige krachttermen zoekt, komt zeker aan zijn trekken.  Tussen het ballen werpen door krijg je ook de laatste roddels uit de buurt of ongenuanceerde,  ‘populistische’ visies op de actualiteit.

Op tijd en stond wordt de innerlijke mens  met witte wijn, een pintje of een geuze versterkt ; zelfgemaakte wafels of taart en wat chips maken het geheel af.

Ze worden er  niet jonger op, de buren, en de daarmee gepaard gaande kwaaltjes maken een belangrijk deel van de conversaties uit, evenals  de daarbij horende troostende relativering.

Terwijl ik als teamgenoot van een van de ploegjes volledig opga in deze zeer specifieke en kleine realiteit overvalt mij het gevoel aan boord van een zinkend schip te zitten.

De dag daarna fungeerden we met Arjaun (muziekgroep die in lokaal dialect zingt) als ‘artistieke’ opener van het nieuwe KWB-werkjaar voor een Pajotse afdeling.

De wat corpulente voorzitter onthulde als intro in een schabouwelijk Nederlands en op amateuristische wijze de verschillende activiteiten voor het komend jaar (van kookles over een kaas – en wijnavond , ‘waar er zeker voldoende drank zal zijn’ tot een uitstap naar het schlagerfestival).

Na afloop van een gesmaakt optreden voor de KWB-leden die in de verder lege parochiezaal aan een paar tafels bij elkaar zaten, kreeg iedereen nog een paar boterhammen met gehakt of kop aangeboden.  Vegetarisme is in deze rangen nog niet echt doorgedrongen.

Het verenigingsleven wordt hier dus vrij letterlijk genomen : we boeken een zaal en daar zullen we ons die avond verenigen…  Mijlenver van de Pokémonjagende generatie die per ongeluk op elkaar botst terwijl ze al jagend naar hun schermpjes lopen te staren.

Net als bij de petanquers van de avond voordien is het vergeefs zoeken naar mensen jonger dan zestig jaar.

Zondag  mocht ik met mijn broer muziek spelen in een weer andere Pajotse parochiezaal voor een publiek met een gemiddelde leeftijd van zeventig jaar : Ziekenzorg.

Het ‘bestuur’ had voor een restaurantsfeer gekozen met mooi gedekte tafels en een middagvullend diner na de eucharistieviering : aperitiefhapjes, duo van paté, ossentong in Madeirasaus en ijstaart.

Na het optreden stopt een vrouwtje me ‘op grootmoeders wijze’ een briefje van vijf euro in mijn handen : ‘ Ie zè joeng!  Veuj aaë skuujne meziek en ge koentj neig skuujn klappen’.

Tijdens een rookpauze raakten we in gesprek met een man van tachtig en zijn kwieke negentigjarige vriend.  Het zien van ons pakje roltabak  voerde hem én ons meteen mee naar zijn mooie legertijd in Siegen : ‘We kregen 10 frang per dag, vier pakskes sjigaretten en twië pakskes toebak per weik.  Niemand rolde zijn sigaretten zelf ; da doet da’k ik men sjigaretten koest verkuujpen en al daanen toebak kreeg.

De groesjte stoemeteijt es da ze de leigerdiensjt emmen afgeskaft!  “Ier temt men leeuwen” stond er doe geskreven.  Ge moest zelf aaë was en plas doen want ge gink mo om de twië montj nor uis.  En naa!  De joenkaait lupt verloren!  Z’ attn da nuujt meugen afskaffen!

Ik em va men viëtien in den baa gewerkt en reed elken dag met de velo no de sjantjee.  Twellef uren per dag bezig.  En elken dag dronk ek ’s meires ne kafé mè een druppelken.  Mo op ne kië aa ek iet veuj!

Men vra oo iëst da druppelken in den termos gegoten en doë de kafé op.  Da doet da’k men druppelken mo om vier uurn in ’n achternoen binnekreeg.

Ja joeng , giël ons leiven neig gewerkt mo we ston ie toch nog alletwië!’

Niet gespaard van enig gevoel van voortijdig heimwee vraag ik mij tijdens die woorden af hoe láng deze generatie nog zal stand houden en of met hen deze vorm van ‘zich verenigen’ voorgoed zal verdwijnen…